Bij elke stijl in het periodiek systeem staat een smaakprofiel met vijf onderdelen: zoetheid, zuurgraad, tannine, body en aroma. Elk onderdeel krijgt een score van één tot vijf stippen. Zo lees je ze.
Zoetheid
Zoetheid komt van suiker die na de gisting in de wijn achterblijft, de restsuiker. Een stip is kurkdroog, vijf stippen is uitgesproken zoet, zoals een Tokaji aszú. Let op: zuur maskeert zoet. Een riesling Spätlese bevat flink wat suiker, maar smaakt door het hoge zuur toch fris.
Zuurgraad
Zuur laat je watertanden en maakt een wijn verfrissend. Wijnen uit koele streken hebben meestal meer zuur dan wijnen uit warme streken. Denk aan het verschil tussen een chablis en een chardonnay uit de Nieuwe Wereld, terwijl het om dezelfde druif gaat.
Tannine
Tannine is het droge, ruwe gevoel op je tandvlees. Het komt uit de schillen, pitten en steeltjes van de druif en uit eikenhout. Daarom zit tannine vooral in rode wijn. Beaujolais heeft weinig tannine, barolo juist heel veel.
Body
Body is het gewicht van de wijn in je mond, vergelijkbaar met het verschil tussen magere en volle melk. Alcohol, suiker en extract maken een wijn voller. Lichte wijnen als vinho verde scoren laag, krachtige wijnen als amarone hoog.
Aroma
Hier gaat het om de intensiteit van de geur, niet om welke geuren je ruikt. Een gewürztraminer ruik je al van een afstand, een muscadet is ingetogen.
Zelf zoeken op smaak
Op de pagina Op smaak stel je dezelfde vijf onderdelen in met schuifjes. De tabel laat dan alleen de stijlen zien die bij dat profiel passen. Handig om een proefavond op te bouwen van licht naar vol.


