In de Tokaj-regio in Noordoost-Hongarije ontstaat in natte herfsten edelrot op furmint en hárslevelű. De aangetaste aszú-bessen worden apart geplukt, tot een pasta gekneusd en geweekt in most of jonge wijn. Daarna volgt een lange rijping in kleine vaten in kelders die met edele schimmel zijn bedekt. De wijn is amber en zoet (minimaal 120 gram suiker per liter), met abrikoos, sinaasappelmarmelade, honing, thee en een vlijmscherp zuur.