In de wijnwereld hoor je vaak over de Oude en de Nieuwe Wereld. Het onderscheid is grof, maar het helpt om stijlen te begrijpen en om een wijnkaart te lezen.
Wat hoort waarbij?
De Oude Wereld is Europa, met landen als Frankrijk, Italië, Spanje, Portugal, Duitsland en Oostenrijk, plus landen rond de Middellandse Zee met een lange wijntraditie. De Nieuwe Wereld zijn de landen waar de wijnbouw later opkwam, zoals de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Chili en Argentinië.
Het etiket
In de Oude Wereld staat vaak de herkomst voorop: Chablis, Barolo, Rioja. De druif staat er niet altijd op, omdat de regels per gebied bepalen welke druiven er mogen. In de Nieuwe Wereld staat de druif meestal groot op het etiket, met de regio kleiner eronder.
De stijl
Als vuistregel geldt: Oude Wereld is koeler, met meer zuur, minder alcohol en meer aardse tonen. Nieuwe Wereld is zonniger, met rijper fruit, meer alcohol en vaak meer nieuw eikenhout. Vergelijk maar eens Bourgogne rood met pinot noir uit de Nieuwe Wereld, of sauvignon blanc uit de Loire met sauvignon blanc uit Nieuw-Zeeland.
Maar pas op
Het verschil vervaagt. Er zijn koele streken in de Nieuwe Wereld, zoals Tasmanië en de kust van Chili, en warme streken in Europa, zoals Zuid-Italië. Gebruik de indeling daarom als startpunt, niet als wet. Op de wereldkaart zie je per land welke druiven en stijlen er vandaan komen.


