De temperatuur waarop een wijn het best tot zijn recht komt.
Te koud maakt een wijn stil en hard, te warm maakt hem alcoholisch en plat. Ruwe richtlijn: mousserend 6–10 °C, licht wit 7–10 °C, vol wit 10–13 °C, licht rood 12–14 °C, vol rood 15–18 °C.
Schaal of tegenhanger—
Zo herken je hetRode wijn op kamertemperatuur is vaak te warm: zet hem 20 minuten in de koelkast.