Carménère was een van de oorspronkelijke druiven van Bordeaux, maar verdween daar bijna na de phylloxeraplaag. In Chili overleefde hij, vermengd met merlot, tot DNA-onderzoek in 1994 zijn identiteit onthulde. Nu is het de kenmerkende druif van Chili. De wijn is diep van kleur, middelvol, met zwarte bes, pruim, zwarte peper, paprika en soms chocolade, en zachte tannine.