Fiano wordt al sinds de Romeinse tijd in Campanië geteeld. De beste wijnen komen uit Fiano di Avellino, van hooggelegen wijngaarden op vulkanische bodem in de heuvels ten oosten van Napels. De wijn is middelvol tot vol, met peer, honing, hazelnoot, kruiden en een rokerige mineraliteit. Jong is hij fris, met rijping krijgt hij meer honing en noten. Ook op Sicilië en in Puglia wordt fiano gemaakt.